Gelijk een kind
Gelijk een kind zo fris en teer.
Zoals een roos uit de knop gekomen,
legt ze stil
haar hoofdje neer
uit bloeiend leven
weggenomen
Gelijk een kind zijn waar geloof,
zonder geveinstheid,
maar oprecht,
zo moet het zijn
door diepe kloof
van weemoed,
pijn, verdriet gevecht.
Gelijk een kind
groeit op in vreugd,
nooit te eenzijdig of alleen,
en knakt haar steel in frisse jeugd
omarmt door Vaders zorg,
zo gaat zij heen, maar nooit alleen.
Martha v. Leeuwen
|