|
De Dood
Je handen stil en koud.
Je ogen dicht je ziet niet meer
maar ach waar je het meest van houd
gaat t' vlugst terneer.
Je ziet zo wit, zo wit.
Als de lakens om je heen,
nu pijn is geweken,
je hoofdtooi terneer gestreken.
Je handen gevouwen,
de trekken van t' lijden verflouwen.
Ik kijk naar t' gelaat,
het is zo blij,
maar de vorm van je lippen vergaat,
jij bent vrij.
|