Lied van de zee
' Een bruisend lied,
sprankelend, onstuimig,
in een wild gebaar
afgeleid door kalmte.
Jaren eeuwen zonder oponthoud
bruist het water huizenhoog.
De deining slokt de stranden op
door hoogtij van de golven.
Toch blijft het vreemd,
wij weten niet de meters
die onbereikbaar, mysterieus
in diepte ligt verborgen.
Onstuimig, in een wild gebaar
die woedt langs kale rotsen.
Zonder rust maar ongestoord
zo leef jij in dit ritme voort.
Ginds, een eindeloze boog
die neerstrijkt in de verte,
waar de zon ten onder gaat
al zinkend in de golven.
Jij woedt maar door,
de vloed ligt stil.
Alleen een droevig heimwee
neem jij mee als lied,
in talen van de zee.