Donzig groen
Zittend tussen donzig groen.
Vijf honderd meter van de weg.
Op een bankje in het plantsoen.
Dan is het uit te houden zeg.
Naar zon mag je verlangen.
En ook te word nog gedoogd.
Ben nu door
warmte bevangen.
Heel mijn lijf is uitgedroogd.
Je denkt aan schaduw en wat rust.
Geloof dat ik eelst de dorst maar les.
Liever ga ik naar de kust.
Zit nu te dicht bij de A zes.
Mijn geest verschrompelt
halverweg.
Merk, ik klets wat uit mijn nek.
Kan nauwelijks nog denken zeg.
Dus stop ik maar,
het wordt te gek.
Maar eigenlijk
ben ik niet te houden.
Pak weer potlood
en papier.
Al ben ik dan
niet meer de oude.
Ik schrijf nog steeds
met veel plezier.
Dus lieve lezers,
lezeressen
Probeer je er doorheen te slaan.
Want zonder zon, mijn levenslessen.
Zou de wereld
echt vergaan.
Kijk over grenzen, weet van tevoren.
Wat is er dan eigenlijk verloren?
Han Janzen
|
|