Roodkapje
Laatst liep ik in een heel stil woud.
In
het zachte mos vleide ik mij te rusten.
En als ik wakker word,
dacht ik stout.
Voel ik reeds de engelen
die mij kusten.
Ik zie ze steeds met hun bonte kleuren.
Ze
dansten allen in driekwarts maat,
Naast mij bloemen die heerlijk geuren.
Één maakt er zelfs een mooie
spagaat.
Samen zingen ze ook nog een canon.
Dat
ging door tot de avond viel.
De maan fungerend als
lampion.
Alle engelen,
gekleed in schaars textiel.
Een engel kwam toen op mijn schouder.
Zei lieveling kom toch met mij mee.
Ik
weet je bent al wel wat ouder,
Daarom gaan we samen op de canapé.
Toen het bronstig haart,
bij haar en mij.
Met de diepste
verlangens,
kun je wel stellen.
Stond daar Roodkapje en
vroeg zij:
Kunt u mij,
de weg naar Hamelen vertellen?
Han Janzen
|