Vibratie

Een zonnestraal
op mij gericht
Koestert teder nu mijn lijf,
Liggend in mijn weitje,
d'ogen dicht.
Denk ik, wat ben jij toch
een heerlijk wijf,
Zij zorgt bij mij
voor een vibratie,
Knipoogt mij zo lieflijk toe,
Voel ik mij van de alteratie
Verlatend,
liggend in de rimboe.
Maar zijn de zenuwen
verdwenen, ach.
Dan laat ik me
fijn masseren.
Zij straalt nu
met een gulle lach.
Maar ik moet mij
wel steeds keren.
Opgesierd door
vogelgekwetter.
Van koekoek,
vink en mezen.
Vergezeld ook van
klaroen geschetter.
Zou het altijd
zo moeten zijn.
Han Janzen |