Vrouwen
leed
Rennen, rennen, rennen.
Werken aan een omzet.
Het leven
maar ontkennen.
En dan vlug
weer naar bed.
Rennen, rennen, rennen.
Kindje krijgen, bezoeken.
Even verwennen.
Snel een,créche boeken.
Rennen, kindje sussen.
Kindje wassen, fris.
Kind lekker kussen.
Als daar tijd voor is.
Rennen, rennen, rennen.
Snel weer naar het werk.
Geen liefde voor het kindje kennen.
Je voelt je bere sterk.
Rennen, rennen, rennen.
Och, ben je ook nog jarig.
Kindje naar de créche.
En je tijd is karig.
Kindje huilt, ik word slapper.
Dit is toch niet inplanchd.
Ik moet ook
naar de kapper.
Wie neemt me bij de hano.
In ben niet meer gezond.
Lijk gestresst.
Kindje speelt in eigen stront.
Ik meld me ziek vind het wel best.
Hij kan het helaas niet overdoen.
De Schepper die de aarde schiep.
Want in die tijd kende men toen.
Het woord emancipatie niet.
Maar stel, het woord had wel bestaan.
Dan kreeg je echt pas poppenkast.
Met de macht der man was het gedaan.
Daarom zijn ze ook zo bij belvast.
Han Janzen |