Zwerver
De wolken
drijven uiteen
de zon verwarmt
z’n gezicht
plotseling
wordt hij wakker
knipperend tegen
het felle licht.
Hij voelt zich
echt gebroken
het lichaam
stram en koud
denkend aan
wat is gebeurd
met een geest
gelijk een woud.
Veel kronkelende paden
en zo donker als de nacht
toch aan het einde
ziet hij
licht
maar geen mens
die op hem wacht.
Langzaam begint
het wat te dagen
hij proeft weer
die bittere smaak
z'n lichaam
raakt eraan gewend
‘t is iedere dag
toch altijd raak.
Zijn thuis is
de wijde wereld
z’n bed ligt op de straat
steeds zwervend
op de tijden
dat een ander
naar huis toe gaat.

Willem Huisker
|