|
Niemand wist
precies wanneer
hij bij de bouw was verschenen,
maar dat moet al heel in het begin zijn geweest.
Het terrein was nog maar nauwelijks afgezet,
of hij stond door het zware gaas van de hekken alles gade te slaan wat zich
daarachter afspeelde.
Niemand kon zich achteraf herinneren wie hem had
toegestaan het terrein te betreden.
De bouwvakkers wisten niet beter, of Kareltje hoorde helemaal bij het decor.
Temidden van de bedrijvigheid stapte hij rond, slepend met een flinke balk,
iedereen groetend en overal zijn diensten aanbiedend.
Hellepe... mag ik hellepe...
De meeste kerels gingen leuk met hem om.
Ze maakten grapjes op een goedmoedige manier en lieten hem hand en
spandiensten verrichten, als dat mogelijk was.
Tijdens het heien mocht hij niet te dicht in de buurt komen en het was
duidelijk dat hij dat reuze jammer vond, want vooral de dreunende cadans van
de heimachine bracht hem in vervoering.
Van een afstand stond hij dan toe te kijken en helemaal met het ding mee te
doen.
Hij sloeg uitbundig de maat en imiteerde het geluid.
Aboeng, aboeng, aboeng, aboeng.
Alles naar je zin, baas? plaagden ze hem.
Hellepe... mag ik hellepe...
Hij begroette elke aanrollende vrachtauto die zand, stenen, grind, staaldraad
of betonpalen kwam brengen.
Alsof alles zonder hem in het honderd zou lopen,
zo druk stond hij te gebaren om de auto's veilig over de staalplaten te
loodsen.
Bedankt, Kareltje! Prima gedaan, speelden de meesten het spel mee.
Dan glom hij van
trots en straalde z'n grove gezicht van pure blijdschap.
Hij wreef zijn
plompe, brede handen tegen elkaar,
alsof hij zeggen wilde weer een karwei
plat.
Hij pakte zijn balk weer op en ging op stap naar de volgende klus.
Er waren maar weinigen die hem negeerden,
en dan meestal omdat ze zelf met hun houding
geen raad wisten.
Dat grote, vreemde gezicht, met dat schaarse sprieterige haar,
de brede platte neus
en de kleine ronde oortjes;
de scheefstaande ogen met de vreemde plooien;
het maakte sommigen wat verlegen.
Zulke mensen durfden niet om hem te lachen,
en dat was waarschijnlijk net waar het aan mankeerde,
want Kareltje was een en al
vriendelijkheid.
Wat hem betrof, was het ijs gauw gebroken.
Hij was altijd bereid
om mee te lachen.
Zielsgelukkig was hij, als hij bij de timmerman mocht kijken.
Hij liet z'n hamer wel eens vallen. Die mocht Kareltje dan voor hem oprapen.
Hellepe...
En als er iets gelast werd, was hij daarbij ook niet weg te slaan.
Prachtig vond hij
dat geknetter en gespetter van de elektrische vlamboog.
Hij deed al die
geluiden na.
Hij kreunde, siste, piepte en gilde met heel het gebeuren op de
bouwplaats mee.
Het was treffend, zoals hij de geluiden analyseerde en imiteerde,
met veel gevoel voor ritme, en zo realistisch dat de mannen het soms
uitschaterden.
Je had muzikant moeten worden, Kareltje. D'r zit muziek in je.
Kareltje was dol op
muziek.
Zoals meer van deze kinderen was hij daar zeer gevoelig voor.
Behalve dat hij muziek ontdekte bij de bouwwerktuigen, tot de cementmolen toe,
wist hij ook zelf muziek te maken. Niet alleen door de geluiden na te bootsen,
maar ook door op z'n mondharmonica te spelen.
Dat hadden de mannen tot hun verrassing
ervaren op een regenachtige dag.
Kareltje was in een beschut koekje gekropen en had z'n mondorgel tevoorschijn
gehaald.
Daar was hij op gaan spelen, op een manier die de mannen niet voor mogelijk
hadden gehouden. Toen ze bij hem kwamen kijken, was hij er echter meteen
mee gestopt.
Ze hadden hem toen maar met rust gelaten en waren er aan gewend
geraakt dat,
als Kareltje, niet met zijn balk over het terrein liep te sjouwen,
hij ergens vanuit een beschut hoekje een concert gaf.
Van de aanvang af was er eigenlijk maar een geweest die niet veel van de
jongen moest hebben. Het was
een van de betonvlechters.
Kareltje vond het vreselijk
jammer dat hij door de man altijd werd weggestuurd,
als hij in de buurt
kwam om naar diens werk te kijken.
Hij scheen het prachtig te vinden, al dat ijzer zo kriskras door elkaar en
tegelijk in zulke mooie, regelmatige patronen gevlochten. En dan het buigen
van het ijzer! Kareltje vond
dat heel geweldig.
Dat kon je aan hem zien, als hij
van een afstand stond te hunkeren
om een beetje dichterbij te komen.
Als een hond die
weet dat hij iets doet dat verboden is,
maar de verleiding niet kan
weerstaan, schoof hij dan in de richting van de
werkbank waar de man bezig was.
Maar als die hen in de gaten kreeg, werd hij met een bruusk gebaar weggejaagd.
Op een middag tijdens de schaft, begonnen de anderen daarover.
He, Jaap, waarom doe
je eigenlijk altijd zo nurks tegen onze Kareltje?
Vroeg iemand de
betonvlechter op de man af.
Hoezo, nurks?
Wil je zeggen dat je vriendelijk tegen hem bent?
Ik wil hem niet bij me in de buurt hebben, dat is alles.
Als jullie der geen bezwaren
tegen hebben, dan mag ie jullie op je handen kijken.
Ik hou daar niet van.
t Is een stakker, en hij doet geen vlieg kwaad.
Die jongen geniet hier.
Ik doe hem ook geen kwaad.
Ik wil alleen dat ie uit mijn buurt blijft.
Wat mij betreft, was
ie nooit binnen het hek gekomen, maar goed ik ben de baas hier niet.
t Is een lieve jongen, had een ander zich in het gesprek gemengd.
Ja, doe maar een beetje sentimenteel! Schamperde Jaap.
Een lieve jongen! Dat zeg
je alleen uit medelijden, omdat ie niet goed bij zijn hoofd is.
Moet je die beer
over het terrein zien hobbelen.
Als ie z'n verstand had, zouden jullie
niet zo aardig voor hem zijn.
Daar heb je misschien wel gelijk aan, zei een metselaar,
maar doet zo'n jongen jou
dan helemaal niks?
Natuurlijk verdraag je van zo'n knul meer dan van een normaal mens.
Dat ben ik me wel
bewust.
Maar elke keer als ie bij me komt, denk ik aan mijn eigen kinderen
dan ben ik dankbaar dat die gezond zijn.
Dat had ook anders kunnen wezen!
Heb jij dat dan niet...?
Als ik nou zie hoe die jongen soms staat te hunkeren om even bij je te komen
kijken,
dan vind ik dat zielig.
Je kunt toch wel gewoon een beetje vriendelijk zijn.
Als je hem wegstuurt, is het net een geslagen hond.
Dat is zo'n mongool direct weer vergeten, zei Jaap.
Dat kun je zien, want hij probeert het steeds weer opnieuw.
Heb je een hekel aan zulke kinderen, vroeg ome Piet,
een wat oudere man die aandachtig
het gesprek had gevolgd.
Je kan die knaap toch moeilijk een kind noemen!
Hoe oud schat je dat ie is?
Achttien... negentien jaar misschien?
Dat is geen antwoord op mijn vraag.
Ik vroeg je of je een hekel aan zulke mensen
hebt.
Nou, kijk es ik hoef me voor jullie natuurlijk niet te verantwoorden,
maar je mag wel weten dat ik het vervelend vind dat die mongool hier
rondscharrelt.
Ik vind het mensonwaardig als iemand zoo door het leven moet
gaan.
Nou, dan juist,dan zou je toch juist een beetje medelijden mogen opbrengen
riep iemand!
Maar ome Piet maakte een gebaar van.
Kalm nou en zei:
Voel je het misschien
als een persoonlijke belediging?
Daar dacht Jaap even over na, voor hij
antwoordde.
Nou, misschien wel, ja... Zo is de mens toch niet bedoeld...
Ik vind dat zoiets
eigenlijk niet zou mogen voorkomen.
Een spuitje geven zeker! riep iemand verontwaardigd,
jij praat al helemaal mooi
in de lijn van deze tijd!
Alles opruimen waar wat aan mankeert!
En die kant gaan we
op, let op mijn woorden.
Nou is het nog allemaal vrijwillig, zogenaamd dan,
maar straks wordt alles opgeruimd wat niet nuttig is naar algemene
maatstaven.
Dat moet weg! Dat heeft geen recht meer van bestaan!
Je windt je nou wel zo op,antwoordde Jaap, maar bekijk het nou eens nuchter.
Tweederde van de wereld lijdt honger en d'r sterven dagelijks mensen die een
goed stel hersens hebben, maar
geen voedsel om te eten.
En dan zie ik hier zo'n
ongelukkige stakker lopen die van voren niet weet dat ie van achter leeft...
Die van geen enkel nut is voor de samenleving.
Dat bedoel je toch!
Juist.
Ik vind het gruwelijk dat je zulke dingen durft te zeggen!
Ik zie het gruwelijke er niet van!
Jullie vragen hoe ik er over denk, en als ik
het vertel, worden jullie kwaad.
Ik vraag je alleen wat voor zin zo'n leven heeft.
Nu heeft ie nog een tehuis, ouders die voor hem zorgen, maar als die er
niet meer zijn,
moet ie in een inrichting.
Vraag niet wat dat de gemeenschap allemaal
kost.
En als je zelf nou zo'n kind had? Zou je dan net zo praten?
Ik zou 't zover niet laten komen.
Tegenwoordig, met dat vrucht water onderzoek, kun
je er vlug genoeg bij zijn.
Als je weet dat je zoiets te wachten staat, kun
je dat voorkomen.
Dus dood maken maar!
Als ja dat met alle geweld zo wil zeggen, ja... Maar is dat eerlijk?
Is het humaner om
zo'n wrak op de wereld te zetten?
Moet je 'm nou over dat terrein zien
hobbelen met die balk.
Het is in een bepaald opzicht treurig, zei ome Piet, maar het is een mens,
weet je,
en alleen om dat feit al heeft Kareltje meer waarde dan jij er kennelijk
in ziet.
Het enige dat een mens onderscheidt van een dier is z'n verstand,
en dat mist ie nou
juist...
Heb je hem wel eens zien eten...?
Vorige week had ie een keer brood
meegekregen.
Had je moeten zien wat een lading!
Daar hadden ze in Artis alle
buffels een week mee kunnen voeren!
En zo gauw als dat allemaal vertrokken
was.
Zo ongeremd en onsmakelijk als dat ging.
Ga je nou niet een beetje te ver?
Heb jij hem wel eens zien eten?
Heb jij wel eens geluisterd, als hij mondorgel speelt?
Waar moet dat nou op slaan?
Op wat jij allemaal beweert.
Als ik jou zo hoor praten, verlies ik bijna alle hoop.
Maar zo'n verstandelijk gehandicapte is nog altijd een mens, man.
Voor jou is zo
iemand nog geen dier, geloof ik.
Daarom vroeg ik dat van dat mondorgel.
Probeer jij dat een chimpansee maar eens te leren... Speel je zelf eigenlijk
een instrument?
Wat heeft dat er nou mee te maken?
Probeer het maar en dan zul je dat begrijpen!
Kareltje speelt mondorgel, voel je?
Uit zo'n smoelschaaf kan een kind nog een wijsje halen, probeerde Jaap nog te
protesteren.
Denk je? Nou, probeer het zelf dan! Het is mij nooit gelukt.
Ik bewonder Kareltje.
Eerst dacht ik dat hij maar een deuntje kon, maar hij speelt van alles, gooide
iemand in het midden.
De laatste tijd allemaal kerstliedjes.
Maar dat ene moppie hoor je geregeld.
Dat speelt ie altijd.
Is dat ook van de kerst?
Ik denk het niet. Dat speelde hij aldoor al. Ik ken de melodie wel,
maar ik weet niet
wat het voor een lied is.
Het zal ook wel christelijk zijn.
Ik denk dat ze bij
hem thuis van de kerk zijn.
Toen hij gisterochtend het terrein opkwam,
riep ie: De Here Jezus komt! ...
Hij bedoelde natuurlijk Kerstfeest.
Maar dat deuntje dat
hij geregeld speelt, dat moet dan toch z'n lievelingslied zijn.
Kent iemand van jullie het?
Het komt me wel
bekend voor, maar ik ken de woorden niet.
Jullie?
Dat zal ie zelf ook niet weten, meende Jaap.
Mijn schoonzoon kan ik het vragen, zei ome Piet, die speelt accordeon.
Ik ga weer aan de
slag, zei Jaap en stond van tafel op.
Toen hij naar buiten
stapte, bleef hij een ogenblik luisterend in de deuropening staan.
Hoor, zei hij, jullie mongooltje...
En het is weer datzelfde deuntje.
Een paar dagen
later, ze zaten weer bij elkaar in de schaftkeet,
schoot ome Piet iets te
binnen.
Voor ik het vergeet.
Hier heb ik dat lied, waar we het van de week over
hadden.
Hij haalde een opgevouwen papiertje uit z'n achterzak,
dat hij openmaakte
en gladstreek daar heb ik het.
M'n schoonzoon wist meteen wat
ik bedoelde.
Heb je het hem
voorgezongen dan?
Voor gefloten... Hij
had de muziek en de tekst.
Hij heeft het in blokletters voor
me overgeschreven.
Nah, laat maar es
horen dan.
Ik kan et niet lezen, lachte ome Piet.
Je bent toch geen analfabeet?
Geef es hier!
Asjeblieft,grinnikte ome Piet en overhandigde het papiertje aan de metselaar
die erom gevraagd had.
De man wierp een blik op het schrift en zweeg beteuterd.
Nou? riepen de anderen, horen we nog wat?
Of kan jij ook niet lezen! azing...graze... ho zweet te sound..., begon de
metselaar.
Geef maar op, lachte Jaap en nam het papier af.
t Is Engels, ik hoor het al.
Kan jij dat lezen dan?
Ik heb zes jaar in Australië gewoond en gewerkt.
Die Engelsen praten
heel anders dan dat ze het schrijven,
probeerde de metselaar
zich nog te verontschuldigen.
Wij lezen het zoals het er staat, maar zullie
niet.
Lees jij het dan maar voor, vroegen ze Jaap, die het papier zat te bestuderen.
't Is christelijk, zei hij.
Geeft niet.
Lees maar voor
En de betonvlechter las:
the sound,
that saved a wretch like me!
I once was lost, but now I'm
found,
Was blind, but now I see...
Ja,dat je Engels kent geloven we nou wel viel de metselaar die zo'n slechte
beurt had gemaakt hem in de rede.
Je bent me in ieder geval de baas, dat geef ik toe,
maar wat betekent dat nou
allemaal.
Zeg et nou es in gewoon Hollands.
Dan moet ik het vertalen.
Is dat zo'n
heksentoer dan?
Dan heb je d'r ook niet veel an,
als je Engels kunt
lezen...
Als je toch niet weet wat het betekent.
Het
is geen kwestie van niet weten wat het betekent.
Wat dan wel?
Nou bepaalde
begrippen zijn niet zo gemakkelijk te vertalen.
Je weet wel wat het
betekent, maar om het nou in het Nederlands te zeggen...
Probeer het maar.
De meeste van ons zullen het je toch niet verbeteren.
Dus je hoeft je niet
te generen, als je d'r een dwarsstraat naast zit.
Oké, dan... Het
hele lied? Alle coupletten meteen achter elkaar?
Doe maar eerst dat stukkie dat je net in het Engels gelezen hebt.
Goed, daar gaat ie
dan...: Verbazingwekkende genade... wat een heerlijke
boodschap... die een ongelukkige stakker, zoals ik ben, redde...
Ik was
verloren,
maar nu ben ik gevonden...
Ik was blind, maar nu kan ik zien...
Dat was het ongeveer.
Helemaal letterlijk kom je d'r meestal niet uit...
Dat wretch kan ook
ellendeling betekenen of zoiets...
Het bleef even stil
in de keet.
Een ongelukkige
stakker... zoals ik ben...
Zou Kareltje die woorden kennen? vroeg
tenslotte een van de mannen zich hardop af.
Welnee, antwoordde
Jaap, dacht je dat die mongool Engels kan verstaan?
Waarom niet?
Zijn er in Engeland en Amerika niet van zulke gehandicapte mensen dan?
Dat is toch heel wat anders!
Je leert een mongool geen vreemde taal,
neem dat van mij
aan.
Zou ie dan niet
weten wat ie zingt?
Hij zingt dat lied
niet.
Hij speelt het.
Maar iemand kan het hem wel verteld hebben
wat hij speelt.
In het Nederlands bedoel ik.
Jaap haalde z'n
schouders op .
Dan zal hij toch
niet begrijpen wat het betekent.
Neem een begrip als genade, dat
gaat hem toch zeker ver boven z'n pet.
Wat is dat dan? Wat?
Genade... Kan jij dat uitleggen?
Genade komt van God, zei ome Piet.
Jaap leek nijdig te worden.
Ik ga weer an me
werk, zei hij en stond van z'n stoel op om naar buiten te gaan.
De metselaar hield hem even tegen en vroeg:
Zou je mij een plezier willen doen en
dat lied voor me willen overschrijven?
Niet in het Engels natuurlij, maar gewoon
in het Nederlands.
Weet ik niet... Misschien... als ik eens tijd heb... misschien.
Bewaar je dat papiertje dan wel! riep ome Piet hem nog na.
Niet lang daarna gebeurde het.
Kareltje speelde
zijn spel en leefde zijn leven tussen zijn vrienden op de bouwplaats.
Hij gaf zijn aanwijzingen aan de kraandrijver van de torenkraan,
een man voor wie hij de grootste bewondering had en die naar zijn mening best
wat hulp gebruiken kon.
Natuurlijk vond hij het wel jammer dat hij op de begane
grond moest blijven,
maar daar deed hij dan ook zijn best, luid roepend,
met zijn hoofd in zijn nek en druk gebarend.
Gelukkig waren de andere
betonvlechters hem heel wat beter gezind dan Jaap,
zodat ook dat onderdeel van het bouwbedrijf het niet zonder zijn instructies
hoefde te doen.
Op een middag, tegen de tijd dat ze naar huis zouden gaan,
wilde Jaap nog wat betonijzer
van een wagen halen die, hoog opgeladen met diverse bouwmaterialen, op
het terrein geparkeerd stond.
De wagen stond wat scheef weggezakt op de ongelijke
bodem en eigenlijk had dat de betonvlechter tot voorzichtigheid moeten
manen.
Misschien was hem dat ontgaan, maar in elk geval ging het verschrikkelijk
mis!
Toen hij probeerde wat staven uit de lading te trekken,
rolde er een hele partij
zijdelings van de wagen af.
Jaap kwam te vallen en raakte met een been onder
de bundels betonijzer beklemd.
Terwijl hij moeite deed om zich daaronder uit
te werken, zag hij echter iets dat hem met ontzetting vervulde en deed
schreeuwen van angst.
Een stapel betonplaten begon over te hellen en hij begreep
dat, als ze van de wagen zouden storten, hij daardoor verpletterd zou
worden!
Het angstzweet brak
hem uit, terwijl hij worstelde om los te komen!
Jaap voelde echter
dat hij geen schijn van kans had om zich te bevrijden en brulde om
hulp. Jongens...!
Help...! In Gods naam help me!
En midden in zijn
wanhoop was daar opeens die mongool!
Ineens was daar dat grote
kind met een paar sprongen bij hem.
Hellepe... kan ik hellepe! brulde Kareltje, en voordat Jaap,
bij het zien van de
ongelukkig stakker, alle hoop kon laten varen, plantte deze met een ongelofelijke
zwaai zijn onafscheidelijke balk achter een opstaande stang van
de laadbak en schoorde voor een moment de schuivende betonplaten.
Daarna ging hij er
met zijn volle gewicht tegenaan hangen,
niets beseffend van het gevaar dat
hem bedreigde.
Of begreep hij toch meer van de situatie dan je van een mongool
mocht verwachten?
Hij keek naar Jaap,
die schreeuwend aan zijn voeten lag, worstelend met de
zware bundels draad, en hij brulde mee: Hellepe... hellepe...! Here Jezus!
Het gebeurde alles
in onderdelen van seconden, maar het leken eeuwigheden die
verstreken, voordat de anderen kwamen toesnellen.
Gelukkig begrepen ze direct wat
er aan de hand was en aarzelden geen ogenblik.
Een paar man sjorden het betonijzer
opzij,
terwijl anderen Jaap uit zijn verschrikkelijke positie bevrijdden.
Ze waren echter zo druk met hun maat bezig, dat ze niet in de gaten
hadden dat dit Kareltje noodlottig kon worden.
Ome Piet zag echter het gevaar,
was met een paar sprongen bij de jongen en rukte hem van de platen weg,
die geen seconde later met luid geraas van de wagen stortten, in hun val
de balk versplinterend die ze enkele tellen lang had tegengehouden.
Na het lawaai viel
er een vreemde stilte over het groepje mannen.
De betonvlechter had
de ogen gesloten en zag krijtwit.
Hoe is het met je
been? verbrak iemand tenslotte het zwijgen.
Jaap gaf geen
antwoord. Aan de manier waarop hij zijn kaken op elkaar klemde,
maakten ze op dat hij veel pijn had.
Ze hielpen hem voorzichtig overeind en wilden
hem naar de schaftkeet dragen,
maar dat weerde hij af. Tussen twee mannen
in hinkte hij naar de keet.
Na een paar stappen hield hij echter halt en vroeg schor:
Waar is Kareltje?
Het was voor het eerst dat hij het niet over die mongool had.
Die zwerft alweer ergens rond.
Die is misschien alles alweer vergeten.
Stom geluk dat die
jongen net in de buurt was,
zei iemand die met ome Piet achter
Jaap meeliep naar de keet.
Zeker, beaamde ome Piet en keek z'n maat aan met een vreemde blik in z'n ogen.
Stom geluk dat ie direct handelde en toevallig die balk,
waar ie dag in dag uit mee rondsjouwt, zo precies achter die stand zette en die
platen schoorde...
Heb je ook gezien hoe hij met z'n blote handen probeerde die hele
vracht tegen te houden?
Allemaal stom geluk?... Zou het misschien nog iets anders
mogen zijn?
Zwijgend gingen ze
verder.
Ze waren bijna bij
de keet gekomen, toen Jaap weer halt maakte en luisterend het
hoofd ophief. De mannen die hem ondersteunden, voelden hoe hij beefde.
Ergens vanuit de schemer klonk het geluid van de mondharmonica...
Toen begon de
betonvlechter te huilen, en niemand van de mannen die dat vreemd vond...
Ze waren op dat moment geen van allen in staat iets onder woorden te brengen
van hetgeen ze beleefden...
Misschien kende Kareltje de woorden niet...
Misschien ging het begrip genade hem
heel ver boven zijn verstand... maar hij wist ervan te leven...!
|