Verteller: In een paleis met op elke
hoek een ronde toren, woonde een goede koning.
Die koning was een wijze
sterrenkundige. ledere avond klom hij naar de hoogste toren om naar de
sterren te kijken. In een groot boek, dat hij zorgvuldig bewaarde in
zijn boekenkamer, stond alles geschreven wat hij uit de sterren kon
leren en in de sterren kon lezen.
Op zekere dag zag hij, midden de vele sterren die hij kende, een nieuwe
ster, een heel grote, die hij nog nooit tevoren had gezien. Haastig liep
hij de wenteltrap af, naar zijn boekenkamer.
Koning 1: (Buiten adem) Eens vlug in
mijn geleerd boek kijken.
Die ster heeft zeker en vast een
betekenis. (Bladert in het boek) Hier heb ik het! (Leest:) "Er zal een
ster aan de hemel verschijnen, groter en stralender dan een mens ooit
heeft gezien.
Dat is het teken dat er een koning geboren is, die op aarde een rijk van
vrede zal stichten." (Sluit het boek) Als dat zo is, dan ga ik die vorst
van de vrede zoeken!
Verteller: Hij zette zijn kroon op,
sloeg zijn mantel om en riep zijn hoofdminister.
Koning 1: Hoofdminister, maak vlug
mijn rij kamelen klaar en mijn dienaren wakker.
Hoofdminister: Mag ik weten, mijnheer
de koning, waar de reis naartoe gaat?
Koning 1: Dat weet ik niet. Ik volg de
ster, maar ik stuur wel een prentkaartje.
Verteller: Omwille van het rumoer was
prins Irenus , de zoon van de koning wakker geworden.
Koning 1: Mijnheer de hoofdminister,
zorg goed voor mijn kasteel en voor mijn vrouw
en voor mijn zoon, terwijl ik weg
ben. (Geeft de sleutel.)
Prins: Papa koning, mag ik mee? 'k Zal
braaf zijn.
Koning 1: Niets van ! Blijf bij mama.
En goedje best doen! Ik ga de grote vredevorst zoeken.
Verteller: Toen klom de koning op zijn
koninklijke kameel en vertrok.
Prins: Ik wil ook naar die pasgeboren
vredevorst.
Gouden bekers heb ik niet maar ik
geef hem mijn voetbal, een boek over dieren en planten, en mijn
knuffeldier. (Alles in de rugzak.)
Verteller: Prins Irenus sloop
stilletjes het kasteel uit en ging de ster achterna.
Prins: Waarom huil je, jongen?
Jongen: Niemand wil met mij spelen. Ik
mag nooit meedoen met andere kinderen.
Prins: Dan kan ik je wel helpen ! Kijk
! (Haalt de bal te voorschijn uit zijn rugzak.)
Jongen: Oh, mijnheer de prins. Heel
veel dank !
Verteller: Prins Irenus trok verder,
nog altijd de ster achterna.
Het duurde niet lang of hij
ontmoette een oude man. Die zat stilletjes op een bank en van tijd tot
tijd pinkte hij een traan weg met een grote rode zakdoek met witte
bolletjes.
Prins: Wat is er brave man? Zo
treurig. (Gaat er naast zitten.)
Man: Och, mijnheer de prins, 'k Ben
gepensioneerd.
Mijn vrouw is al vele jaren
gestorven en mijn kinderen zijn getrouwd. Wat wil je, mijnheer de prins:
de dagen duren lang.
Prins: Ik geloof dat ik iets heb voor
jou, brave man. Kijk eens!
Man: Oh, mijnheer de prins, ik moet je
wel bedanken.
Verteller: Prins Irenus trok verder,
nog altijd de ster achterna.
Het duurde niet lang of hij
ontmoette twee dames, die bedrukt stonden te praten, over een meisje dat
ziek te bed lag. Prins Irenus ging erbij staan om te luisteren.
Prins: Excuseer dat ik er tussen kom,
maar is er niemand die iets voor dat meisje doet?
Moeder: De dokter zorgt goed voor mijn
dochtertje maar er komt geen enkel vriendinnetje
Prins: Dat mag niet ! Kijk, ik heb
hier mijn knuffeldier, geef haar dat, met mijn groeten.
Moeder: Oh mijnheer de prins, 'k moet
je wel bedanken. Ze zal heel blij zijn.
Verteller: Toen is prins Irenus verder
gegaan, achter de ster aan,
tot hij aan een stal kwam waarboven
de ster was blijven staan. Zijn vader was net aangekomen, met die mooie
gouden beker.
Koning 1: Kleine Koning, ziehier mijn
cadeau !
Verteller: En op dat ogenblik kwamen
nog twee andere koningen aan de stal.
Koning 2: Kleine Koning, ik heb uw
ster gezien. Hier is mijn cadeau, een kruik mirre.
Koning 3: Ik heb ook uw ster gezien en
hier is mijn cadeau:
Verteller: Jozef en Maria waren nog
beduusd de cadeautjes aan het bekijken,
Irenus: Ik had drie cadeautjes
meegebracht, maar ik heb ze onderweg weggegeven.
Maria: Dat is niets mijn jongen. Jij
hebt je hart gegeven en daar gaat niets boven.
Verteller: En prins Irenus mocht bij
zijn vader en de twee andere koningen in de stal komen staan.
|