|

voor de siroop:
-
4 ½ dl. water
-
600 gr. suiker
-
3 eetlepels druivesuiker
-
3 eetlepels citroensap
-
3 eetlepels rozewater
voor de rest:
-
450 gr. bladerdeeg
-
300 gr. gehakte walnoten
-
25 gr. suiker
-
125 gr. boter
|
|
|
Breng alle ingredienten voor de siroop, behalve de suiker, aan de kook en los de suiker al roerende op, laat ongeveer 5 minuten koken tot een lichte siroop en laat deze daarna afkoelen. Meng de noten en de suiker door elkaar en smelt de boter. Rol het deeg uit tot een grote hele dunne lap.
Snijd hiervan lapjes van ongeveer 25 vierkante cm.
Leg 3 deeglapjes op elkaar maar bestrijk eerst elk lapje met gesmolten boter. Verdeel een vierde deel van het noten mengsel over het deegstapeltje en leg daar weer 3 met boter bestreken lapjes op.
Dit herhalen tot deeglapjes en noten mengsel op zijn maar eindig met de deeglapjes. Snijd de stapel in stukken van onge veer 4 vierkante centimeter en bak deze in het midden van een voorver warmde oven van 175 gr. C in ongeveer 3 kwartier goudbruin. Giet de siroop over de nog warme baklava een laat deze afkoelen.
Het lekkerste is de baklava als je 'm een dag laat intrekken en er slagroom en/of een bolletje roomijs bij eet.
Je kunt de baklava koud eten maar je kunt het ook even opwarmen
(ook lekker!).
Hieronder verder▼
|
|