|

-
475 gram bloem
-
1 theelepel zout
-
30 gram verse gist of 1 eetlepel gedroogde gist
-
1 ½ dl. lauwwarme melk
-
80 gram fijne tafelsuiker
-
90 gram zachte boter
-
2 losgeklopte eieren
-
1 theelepel kaneel
-
¼ theelepel kardemom
-
de geraspte schil van 1 sinaasappel
-
frituurolie
-
kaneel
-
fijne tafelsuiker
Een doughnut is letterlijk een noot van deeg. Dit gefrituurde gebak komt uit
Noord-Amerika, met name Canada en die staten waarvan de bevolking oor spronkelijk uit Duitsland en Scandinavie komt. Doughnuts zijn van gistdeeg gevormde ringen die, bestrooid met poedersuiker, warm worden geserveerd. Eventueel kunt u ze vullen met bessen gelei. |
|
|
Zeef de bloem en het zout. Los de gist in de melk en 2 eetlepels lauw water op. Roer 50 gram bloem, 20 gram suiker en de opgeloste gist tot een gladde pasta en laat die circa 20 minuten rijzen. Roer na het rijzen eerst deel voor deel de boter door het gistbeslag en meng er dan 1 voor 1 de eieren door. Kneed er 325 gram bloem, 60 gram suiker, de kaneel, de kardemom en de sinaasappelschil door en kneed op een met bloem bestoven werkvlak in circa 15 minuten tot een glad stevig deeg. Leg de deegbal in een kom en laat die afgedekt circa 2 uur rijzen tot het volume is verdubbeld. Kneed het deeg dan nog even door. Vorm van het deeg 20 balletjes en maak met een bebloemde vinger in het midden een rond gat van circa 2 cm. Laat de ringen afgedekt nog circa 30 minuten rijzen tot het volume is verdubbeld. Verhit de olie tot 190 graden Celcius. Rek de ringen een beetje uit en frituur ze in de olie 1 minuut aan elke kant. Haal ze met een schuimspaan uit de pan en laat ze op keukenpapier uitlekken. Meng voor de garnering kaneel en suiker en bestrooi de doughnuts daarmee.
Hieronder verder▼
|
|