|

voor het deeg:
-
150 gram boter
-
5 dl. melk
-
50 gram verse gist (of 12 gram droge gist)
-
1/2 theel. zout
-
1 - 1,5 dl. suiker
-
2 theel. gemalen kardemom
-
ca.
1,3 l bloem
voor de vulling:
-
100 gram boter
-
1 dl. suiker
-
3 - 4 theel. kaneel
voor de garnering:
-
1 ei
-
parelsuiker (ik weet niet zeker of dat in Nederland ook te koop is, het zijn ca. 2-3 mm. grote suiker'parels', maar met gewone suiker kan het ook
-
wel, of zonder suiker)
|
|
|
Smelt de boter in een pannetje. Giet de melk erbij en verwarm het geheel tot het ca. 37 graden Celcius warm is (vingerwarmte). Los de gist op in een beslagkom in een beetje van het melk-botermengsel. Voeg dan de rest van het melk-boter mengsel toe en vervolgens de suiker, het zout, de kardemom en 2/3 van de bloem. Kneed het deeg tot het egaal en soepel is. Voeg de rest van de bloem toe, maar bewaar 1-2 dl. om de tafel mee te bestrooien. Het deeg is goed gekneed als het niet meer aan de kom blijft plakken. Strooi dan een beetje meel over de deegbol (tegen het uitdrogen) en dek de kom af met een doek. Laat het rijzen op een tochtvrije, warme plaats tot het 2 x zoveel inhoud heeft gekregen. Dit duurt 30-40 min.Kneed daarna het deeg weer even in de kom. Leg het vervolgens op een met bloem bestrooide tafel en kneed de rest van de bloem in het deeg. (Als je met een mes een sneetje in het deeg maakt en er ontstaan dan geen grove 'bellen'/'gaten' in de snee, dan is het deeg goed gekneed.) Deel het deeg vervolgens in tweeen en maak van elk deel een rechthoekige lap. Roer de ingredienten voor de vulling door elkaar en smeer dun uit over het deeg (het werkt het beste als je de boter eerst goed zacht laat worden).
Hieronder verder▼
|
|