- 4 dunne ribkarbonades à 150 gram
- 2 eetlepels bloem
 - 2 stevige appels, geschild in plakjes
- 1 eetlepel olie
- 4 takjes verse tijm of 1 theelepel gedroogde tijm
- zout
- peper
|
Snijd de karbonades langs het vetrandje in, zodat ze tijdens het bakken niet kromtrekken. Haal ze door de bloem, die u vermengd heeft met zout en peper.
Schroei de karbonades dicht in de koekenpan. (Boter waaraan olie is toegevoegd wordt heter dan pure boter).
Het vuur mag wat lager, tijm toevoegen en de karbonades 3 minuten laten bakken.
Keren en nog eens 3 minuten bakken, waarbij de tijm aan de onderkant komt en zich mooi aan het vlees hecht.
Houd de karbonaadjes warm, bak de appelplakjes even in de rest van de boter/olie en leg ze op het vlees. |