Er leefde eens een arme man, die Iwan heette.
Zijn bedrijf was maar heel klein, want hij had weinig land; zijn leven
was hard -hij was moederziel alleen gebleven, hij had zijn gehele gezin
verloren. Maar hij beklaagde zich niet over zijn lot, hij aanvaardde
Gods wil, was altijd opgewekt en zong liederen, zo was hij nu eenmaal
van aard.
Eens was Iwan bezig zijn akker te ploegen, hij wilde tarwe zaaien.
Hij heeft zijn akker bezaaid, daarna heeft hij weer geploegd en toen
wilde hij met zijn eg naar huis terugkeren. Hij reed en zong een vrolijk
liedje. Zo kwam hij bij de weg en bleef staan.
Op de weg liepen twee mannen: één was al oud en grijs en steunde op een
staf, de ander was oud noch jong, maar zag er streng uit.
Het waren de heilige Nikola en Elias.
Elias zei tegen Nikola:
"Kijk eens, Nikola, die man is wat al te vrolijk, waarom zou hij zo
zingen?"
"Ik denk, dat zijn paarden, Gode zij dank, goed werken, dat hij geen
nood kent, waarom zou hij dan niet zingen?"
De reizigers kwamen bij de boer, die op zijn plaats bleef staan.
"God helpe u, beste Iwan!" zei Nikola.
"Weest welkom, lieve oudelui!" antwoordde Iwan en nam zijn muts af.
Elias zei toen:
"Hoe komt het, dat ge zo vrolijk bent?"
"Waarom zou ik niet blij zijn? Mijn paardjes zijn gezond en kunnen
werken, en ik heb verder niets meer nodig; alles waar ik om vraag is,
dat het vadertje Nikola moge behagen mij een goede tarweoogst te geven."
De twee voetgangers vervolgden hun weg.
De heilige mannen liepen door de velden, door de heerlijkheid van het
voorjaar.
Toen zei Elias tegen Nikola:
"Wat heeft die man nou gezegd? Zijt gij het dan, die er voor zorgt, dat
de tarwe groeit? Dat doet gij immers niet! Ik ben degene, die hiervoor
zorgen moet!"
"Ge moet hem niet al te streng beoordelen," nam Nikola de boer in
bescherming: "hij is een eenvoudige man: hoe kan hij nou zulke dingen
precies weten?"
"Goed, ik zal hem leren. Ik zal er eerst voor zorgen, dat zijn tarwe tot
de knie zo hoog groeit, daarna zal ik de oogst door hagel vernietigen!"
De strenge Elias deed als hij gezegd had, de tarwe groeide zo hard: als
ge er naar keek, dan vervulde zich het hart des mensen met vreugde.
"Wat een oogst! God heeft mij een waar geluk gezonden, Nikola was mij
genadig. Wat zal ik nu veel graan hebben, ik weet niet eens, waar ik al
dat graan opbergen moet."
's Avonds ging Iwan naar buiten, liep uit het dorp en bleef staan. Als
steeds zong hij een lied.
Daar zag hij:
over het door de lente versierde veld liep een oud, grijs mannetje met
een staf in zijn hand.
"Goeden avond, grootvader," begroette Iwan hem.
Nikola had medelijden met de arme boer: alles zou toch te gronde gaan,
vernietigd worden!
"Luister eens, beste Iwan, verkoop jij je tarwe maar."
"Hoe zo?" vroeg Iwan, die van de woorden van de oude man geschrokken
was. "Hoe kan iemand nou zulke heerlijke tarwe verkopen? En welke prijs
moet ik er voor vragen?"
"Je kunt gerust zo veel vragen als je wilt, voor dit graan zal men elke
prijs graag betalen. Denk er aan, verkoop de tarwe!"
En hij ging heen.
Iwan volgde de raad op en verkocht de tarwe: een rijke buurman betaalde
er zonder meer honderd roebel voor.
Doch nog voordat de dag voorbij was verscheen boven de aarde een
reusachtige wolk; kort daarop rolde de donder vervaarlijk, een vreselijk
onweer barstte los, hagel als stenen viel neer en al de tarwe was
platgeslagen.
Het was als had iemand het graan met een mes afgesneden.
Nikola liep door het veld en keek naar de aangerichte schade.
Elias. liep hem tegemoet.
"Ziet ge nu wel, ik heb gedaan, wat ik gezegd heb: kijk eens zelf, wat
er van Iwan zijn akker is terecht gekomen!"
"Maar dat is niet meer de akker van Iwan," zei Nikola. "Weet ge dan
niet, dat Iwan zijn oogst aan Goendjajew verkocht heeft? Het is de oogst
van Goendjajew. Ge hebt een man geruïneerd, die tegenover u niet
gezondigd heeft. Wat zal die arme man zijn lot nu beklagen!"
"Dat heb ik niet geweten," zei Elias. "Maar dat is niets, ik zal er voor
zorgen, dat alles weer in orde komt. Hij zal van dit veld, dat door de
hagel zo geteisterd is, zó veel tarwe oogsten als nog nooit een akker
opgeleverd heeft."
Laat in de avond kwam Nikola bij het raam van Iwan: het speet hem om die
arme kerel, die nu de prachtige oogst zou moeten missen.
Iwan stond toen voor de icoon van Sint Nicolaas en bad. Hij dankte de
heilige, dat hij die oude man naar hem gezonden had met zulk een goede
raad. Hij keek op en daar zag hij voor het raam diezelfde oude man
staan. Dat verheugde hem zeer: hij haastte zich de oude man uit te
nodigen bij hem te overnachten.
Doch Nikola kon die uitnodiging niet aannemen, hij had nog een verre
reis voor de boeg.
"Weet je wat, Iwan, nu moet je die tarwe kopen."
"Wat voor zin heeft dat nou, grootvader? De tarwe is toch geheel
vernietigd!"
"Dat doet er niet toe. Koop de oogst. Je kunt zeggen, dat je het graan
als veevoeder zult gebruiken. Je zult er geen spijt van hebben."
Iwan bedankte de oude man voor zijn raad.
De volgende dag, zodra het licht werd, ging hij naar zijn buurman en
stelde hem voor, hem de oogst te verkopen.
Goendjajew was zeer verheugd, toen hij dat voorstel hoorde -de tarwe had
toch geen enkele waarde meer, je kon ze voor niets weggeven, en zij
werden het eens voor de helft van de prijs, die Goendjajew aan Iwan
betaald had.
Goendjajew was verheugd over zijn overeenkomst met Iwan, doch weldra
ontdekte hij, dat hij zich vergist had.
Tot grote verbazing van iedereen richtte de tarwe zich op en groeide
welig.
Het werd een veld met tarwe zoals niemand ooit te voren gezien had; de
aren stonden opeengepakt, elke aar was lang en bevatte zo veel korrels,
dat ze zich tot de grond bukte het was zichtbaar een zegen des Heren!
Toen de oogsttijd was gekomen, kon Iwan wel twee duizend bundels binden.
Op het veld ontmoetten Nikola en Sint Elias elkaar weer: de Gestrenge
keek vrolijk om zich heen.
"Ziet ge nu wel, Nikola. Ik heb de onschuldige eerst met mijn hagel
gestraft, maar nu heb ik hem beloond. Kijk eens zelf, hoeveel garven hij
op zijn akker heeft staan!"
"Maar ge vergist u weer. Geoogst heeft dezelfde man, die de tarwe
gezaaid heeft. Iwan heeft toch immers de tarwe teruggekocht."
"Wat zegt ge nou, hoe zo?"
"Heel eenvoudig, hij heeft de tarwe gekocht."
En toen vertelde Nikola aan Elias, hoe de rijke buurman Goendjajew, die
geschrokken was voor de aangerichte ravage, bereid was de oogst aan Iwan
voor de helft van de prijs te verkopen.
"Dan zorg ik er nu voor, dat hij zijn oogst niet kan dorsen!"
En woedend ging Elias heen.
Nikola liet echter de arme boer niet in de steek: laat in de avond kwam
hij voor zijn raam en keek naar binnen.
Toen Iwan zijn gast zag, dacht hij niet meer aan slapen; hij riep hem
binnen en dankte hem voor zijn goede raad.
"Als je gaat dorsen," zei de onbekende oude man tegen Iwan, "dan moet ge
telkens niet meer dan vijf bundels binnen halen: in elke hoek zet ge één
bundel neer en de vijfde zet ge vóór het raam, dat men van buiten niet
zou kunnen zien, wat er binnen gaande is."
Iwan deed zoals de oude man hem aangeraden had. Iwan heeft lang moeten
werken, maar tenslotte was al de tarwe gedorst. Toen zag hij, dat hij
per bundel één gewicht tarwe had.
Eén gewicht per gewicht!
Zo iets heeft nog nooit iemand gehoord, zulke oogsten komen nooit voor.
Elias keek in de korenkisten van Iwan, in zijn graanschuren, alles was
volgepropt met tarwe. Wat werd Elias toen woest! Gelukkig voor Iwan was
het al laat, de dag van Sint Nicolaas zou al spoedig gevierd worden.
"Goed, zei Elias, als hij zijn tarwe naar de molen brengt, dan zorg ik
er wel voor, dat hij weinig meel krijgt."
En hij deed, zoals hij gezegd had.
Iwan bracht naar de molen drie gewichten graan, maar toen het graan
gemalen was, bleken er slechts tweegewichten meel te zijn. Waar was het
derde gewicht? -
Hij wist niet, dat Elias de derde had weggenomen.
Iwan peinsde er lang over, maar hij kon niets bedenken.
's Nachts klopte de oude man weer aan het raam.
Iwan was zeer verheugd, toen hij hem zag, en vertelde hem alles, wat er
gebeurd was.
"Weet je, wat je doen moet, beste Iwan? Bak van dit tarwemeel twee
lekkere pasteien. Bij het bakken moet je goed bidden! Wanneer ze klaar
zijn, breng ze naar de kerk: een pastei leg je op je hoofd, die is
bestemd voor Elias de Gestrenge; de andere houd je onder je rechterarm,
die is voor Nikola de Genadige."
De volgende ochtend, het was de dag van Sint Nicolaas, stond Iwan heel
vroeg op; de sterren waren nog aan de hemel te zien, maar hij liep al
door de lege straat, in de koude prille ochtend, naar de kerk.
Onderweg ontmoette hij een voetganger hij zag er noch oud, noch jong
uit, maar zijn blik was streng.
"Waarheen breng je die lekkere pasteien?"
"De pastei op mijn hoofd is voor vadertje Elias de Machtige, en onder
mijn rechterarm heb ik een pastei voor Nikola de Genadige," antwoordde
Iwan.
Toen Elias dat wijze antwoord hoorde, bedaarde hij en gaf zijn voornemen
op, Iwan nog meer te straffen.
Van af die dag hoefde Iwan niets meer te vrezen en kon hij rustig zijn:
hij bracht nu telkens twee gewicht tarwe naar de molen en hij kreeg
steeds even veel meel van de molenaar, het geschenk van Nikola is steeds
mild.