Sinterklaas avond gezellig bij elkaar

Intro Sinterklaas

 

 

Bron: Sinterklaas

Naar Index

Zwarte Pizza

Menu Sinterklaas Verhalen

Het was half oktober.
Het werd frisser in Madrid.
Pieten zochten zoals ieder jaar hun warme truien voor de koude bootreis met Pakjesboot 12 naar Nederland. Sinterklaas zat achter zijn bureau en verrichtte wat administratief werk.
Hij was het een beetje zat.
Hij zat de hele ochtend te kijken of er niks te regelen viel met de kinderen die het stempeltje stout voor naam hadden gekregen.
Nu schreef hij de namen van alle pasgeboren kinderen in Nederland in zijn boek.
Hij nieste nog een keer. Al een paar dagen hing er een snottebel aan de neus van de Sint.
Hij werd steeds groter.
Warme melk en de mandarijnen en sinaasappels die de Pieten de hele week al aansleepten hielpen niets.
Sint nieste nog een keer.
De loodzware snottebel spatte op het Grote Boek uiteen.
Snetverdemme.
Misschien wordt het toch eens tijd voor een laptop, zei Dokters Piet die binnenkwam met een slappe thee en een thermometer.
Hij zag hoe Sint met een zakdoek de natte bladzijden depte.
Hmpf, mopperde Sinterklaas.
Ik doe het nou al eeuwen zonder en dat wil ik graag zo houden.
Oké, zei Piet, die vertrok nadat hij nog een lichte verhoging had waargenomen en zag dat de bel alweer begon te groeien.
Piet vertrok en Sint mopperde nog wat verder over de laptop en de vieze bladzijden van het boek. Daarna werd alles zwart voor Sint z'n ogen.
Hij klapte met z'n hoofd op het bureau, en alles werd stil.
Toen hij bijkwam lag hij in zijn flanellen nachthemd op zijn grote bed.
Een warme kruik gloeide tegen zijn buik.
Om z'n bed stonden wel tien Pieten.
Allemaal luid kakelend over de toestand van de Sint.
Waar is DoktersPiet?' vroeg Sint.
Die koopt verse sinaasappelen op de markt en is pas vanmiddag terug ' zei de assistent DoktersPiet. Het was een kleine tengere jongen, die assistent.
Sint zou het nog niet wagen hem zijn neus te laten snuiten.
Maar ik wil wel even naar u kijken, ging hij verder.
Dat lijkt me niet zo'n best idee, Piet mompelde Sinterklaas.
Misschien is het verstandiger om de dokter even te bellen.
Razendsnel was de dokter ter plaatse.
Alle Pieten werden op de gang geparkeerd waar ze zwijgend ruzie maakten over wie er aan het sleutelgat mocht luisteren.
Misschien wordt het eens tijd om aan uw pensioen te gaan denken, zei de dokter.
Ik bedoel, u bent nu natuurlijk een ouwe rot in het vak, een hele oude mag ik wel zeggen.

En dan ieder jaar die bootreis en die winterse kou daar. Holland staat niet echt bekend om z'n warme winters. U kunt natuurlijk ook besluiten om de kinderen naar Spanje te laten komen als het wat beter gaat, of als het heel goed gaat kunt u misschien uw verjaardag verplaatsen en die in augustus vieren. Maar om nou deze winter alweer die lange reis te maken… het lijkt me niet verstandig.
Wat?!?! Vroeg Sinterklaas angstig.
Er ging een siddering door de Pieten op de gang.
Als Sinterklaas op deze toon ging praten waren de rapen gaar. 'Dat kan gewoon niet, dokter. Dat is geen optie, no way!

Ik kan die kinderen daar toch niet laten wachten, zonder ze cadeautjes te geven.

Maar Sinterklaas', begon de dokter weer, u bent een oude man.

U bent de pensioengerechtigde leeftijd allang voorbij.
Wat nou pensioen.

Een mens is zo oud als hij zich voelt.

Zolang ik mij nog vierenzestig en een half voel hoef ik nog niet met pensioen!'.
Moedeloos liet de Luister Piet aan het sleutelgat zich tegen de muur zakken.

Hij is natuurlijk al wel heel oud', fluisterde hij.

Ja, wie weet eigenlijk hoe oud hij is?' vroeg PakjesPiet.

Niemand denk ik' antwoordde BakkersPiet.
Is dat een ziekte, oud zijn?' vroeg de assistent Dokters Piet aan de Luister Piet.
Ik denk het wel en het is niet te genezen.

Je wordt er chagrijnig van, en moe…

En je gaat er hele vieze windjes van laten' giechelde PakjesPiet erachteraan.

Maar ja, we zitten er mee dat Sint niet Nederland kan en we mogen die kinderen ook niet teleurstellen. Een hopeloze situatie.

Tenzij…., zei de Italiaanse Piet, die ze Zwarte Pietsa noemden.

En hij fluisterde het meest rare plan dat ze ooit gehoord hadden in de oren van zijn maten.
Het was een rare intocht dat jaar.

Je hebt dat zelf vast wel eens meegemaakt.

Dat je denkt 'het klopt wel, maar het deugt niet.

Net zoiets als wanneer je van een tante cola krijgt die geen echte cola is. Of chips, die net twee dagen te oud zijn.

Niet slecht genoeg om er over te zeuren, maar ook weer niet goed genoeg om tevreden te zijn.

Zo was het ook met de intocht.

Sint zwaaide vanaf de boot hield zijn toespraak reed op zijn schimmel door de straten.

Maar ergens klopte er iets niet.

Je zag het op tv aan de kinderen.

De vlaggetjes zwaaiden te slap, de handjes werden te aarzelend gegeven.

Iedereen proefde dat het niet lekker zat, maar niemand kon het onder woorden brengen.
Zoals altijd zetten de kinderen hun schoenen klaar.

Verschil met vorige jaren was dat er weinig variatie zat in de cadeautjes.

Bijna alle kinderen vonden niets ín hun schoen, maar eronder; een platte doos met daarop de onbegrijpelijk tekst:


Lieve Kinderen,


Bij gebrek aan Sint
Schotelen wij ieder kind,
Een gehele verzorgde maaltijd voor
Want daar zijn we toch immers voor.


Die morgen gingen er kreetjes van verbazing door het land. Wat moest een kind nou in vredesnaam met een pizza?
Niemand wist het, maar 's avonds bij het eten aten alle kinderen de pizza op. Hij was heerlijk. De avond verliep gewoon.
Er werd een beetje voor de tv gezeten en een ieder vermaakte zich prima. Om de gewone tijd ging iedereen naar bed.
Snel was het hele land in diepe rust.
Op straat was er niks te zien, het was een gewone nacht.

Misschien leken er wat minder schimmen op het dak te lopen dan normaal, maar dat viel niemand op. Wat echter niemand op straat kon weten of voelen was dat alle kinderen die nacht dezelfde wonderlijke droom hadden.
Ze stapten uit hun bed, liepen naar het raam en stapten op de grote wolk die voorbij dreef.

Hij zoefde door de lucht, ver boven bomen en straten, over zeeën en over bergen.  

De wolken, de kinderen, ze zoefden naar een prachtig kasteel in een zonnig land.

Daar kwam de wolk tot stilstand, hij daalde zachtjes neer en loste op.

Alle kinderen stonden op een groot veld voor het kasteel.

Langzaam liepen ze naar de grote loopbrug waarachter een grote dichte poort was.

Snel opende zich de poort en een lange man met zilveren baard en in een flanellen nachtjapon, stond aan het einde van de brug.

De kinderen keken vol bewondering naar de neus van de man, aan zijn neus hing de grootste snottebel die ze ooit hadden gezien.

In het zonlicht vertoonde hij alle kleuren van de regenboog.

Tja, sprak de man, als de Sint niet naar Holland kan komen, komt Holland maar naar de Sint.

Kom, kinderen.
Snel mee naar binnen allemaal, daar staan glazen limonade, pepernoten en natuurlijk een heleboel cadeautjes op jullie te wachten.

De kinderen renden naar binnen en hadden het mooiste sinterklaasfeest dat ze hadden kunnen dromen.

Ze dronken, snoepten, dansten en ze maakten de mooiste liederen en gedichten voor die zieke Sint. Het wonder was dat bij ieder lied dat kinderen zongen, het leek of sint een jaar jonger werd en de snottebel kleiner.

Na zesentwintig liederen en gedichten zei de DoktersPiet dat ze nu echt moesten stoppen.

Anders zou sint terug naar de basisschool moeten.

De snottebel was verdwenen.

Uit de slaapkamertjes van hun kinderen hoorden de ouders zulke harde boertjes dat het wel leek of ze liters cola hadden gedronken.
De volgende morgen, toen het grijze winterlicht door de kieren van de gordijnen naar binnen piepte, werden de kinderen wakker met een voldaan en tevreden gevoel.

En het mooiste cadeau dat jaar?

Dat was de droom die ze hun leven lang niet meer vergaten.

Het was een geheim dat ze deelden met alle kinderen die het Zwarte Pietsa feest hadden meegemaakt.

En toen later hun kinderen Sinterklaas vierden, wisten ze dat ze zo goed gezongen hadden, dat Sint nog jaren vooruit kon.

Zonder snottebel.
 

De SprookjesPiet

 

Veel plezier

 
 

[WEBMASTER]
©2002-2007 M.J.J.v.E